Voorbije producties

   

NIEUWS

Studio Shehrazade Bart Grietens 12

Blijf op de hoogte en meld je hier aan voor onze nieuwsbrief.

▪ ▪ ▪

20 september 2019

het TheaterFestival is voorbij! Geniet hier na van het interview met Haider in de dagkrant over Studio Shehrazade.

▪ ▪ ▪

1 september 2019

Haider ging in gesprek met Klasse over ons onderwijssysteem naar aanleiding van de nieuwe creatie Zero for Conduct.

Lees hier het volledige interview.



HET VERHALENLABORATORIUM VAN THEATERMAKER HAIDER AL TIMIMI

‘Waar zit de vonk? Wie spreekt die aan? Als iemand dat in je aanboort, krijg je vleugels’

Haider Al Timimi (39) werkt al jaren met jongeren, maar voor het eerst maakt hij zich echt zorgen over de jeugd. ‘Dat succes van Vlaams Belang? Je zou denken: been there, done that. Maar het is anders nu. Het doet mij pijn dat veel rechtse stemmers vandaag jonge mensen zijn.’ Tussen straat en theater zoekt hij hoop. En revolte.

Filip Rogiers voor DS Weekblad (6 juli 2019)

Hij laat zijn kind en het kind in hem niet los. Wat hij sinds jaren heeft opgebouwd in zijn thuisstad Gent, neemt hij straks mee als kersvers artistiek directeur van Theater Antigone in Kortrijk. Zijn kind heet Jong Gewei, een platform dat hij oprichtte onder de paraplu van theatergezelschap Kloppend Hert en waarmee hij ‘de diversiteit uit het straatbeeld op de planken wil brengen’. Dans, theater, muziek: een verhaal vindt altijd wel een vorm.

Die queeste gaat Haider Al Timimi aan met jongeren vanaf circa de puberteit tot, ja, tot hoe oud? Wanneer ben je de leeftijd voor verhalen voorbij? Droogt het op, die bron? Staat er een stop op nieuwsgierigheid?
‘Het kan uitzonderlijk al eens tot veertig jaar gaan’, lacht hij. ‘Ik werk met jongeren vanaf zestien jaar tot laat me zeggen iedereen die jong van geest is en blijft. Iedereen die genoeg geprikkeld is om zich bij de kraag te laten vatten.’
‘De Arabische wereld zit vol Tsjechovs, maar we kennen ze niet. We zien oorlogen en woestijnen, niet langer de schoonheid’

Zo verging het hem zelf. Een dramatische gebeurtenis en een toevallige passant, theatermaker Geert Opsomer, toenmalig artistiek leider van het Gentse Nieuwpoorttheater, vatten hém bij de kraag. Ze wekten het kind in hem dat op zesjarige leeftijd Bagdad verliet en nooit meer terugzag.

De schreeuw

De gruwel van de Abu Ghraibgevangenis was zijn munchiaans Schreeuw-moment. Haider is in 1979 geboren in Irak, zijn vader studeerde in Gent landbouwingenieur, de familie reisde hem achterna. ‘Mijn eerste indruk van België? Koud en klein’, zegt hij. ‘Maar best gastvrij, toen nog.’
Ze zouden terugkeren, maar toen werd het (opnieuw) oorlog, bestookten de Amerikanen Irak als vergelding voor Saddam Hoesseins invasie van Koeweit. ‘Een excuus,’ noemt Al Timimi het, ‘voor wat het Westen een interventie noemt, maar eigenlijk kolonisatie is.
Die seculiere jihad voor olie en dollars kostte niet alleen mensenlevens, daar en hier. ‘Het leidde ook tot collaterale culturele schade. De perceptie van de hele cultuur van de Arabische wereld werd erdoor besmet. Een hele rijkdom werd erdoor afgesloten. Een Arabier die in Hollywood voor het eerst met een kromzwaard werd afgebeeld, werd nu ook de terrorist.’
‘Ik was jong, het liefste wat ik deed, was breakdancen. Hier achter de bibliotheek, op het beton van het Zuid.’ Hij werd er Belgisch kampioen in. Een opmerking die hij bijna bedeesd wegwuift.
‘Ik naderde de leeftijd dat ik dacht: wat wil ik hier verder nog mee? Waar naartoe? Ik had auto-elektronica gevolgd. Het is dankzij een leerkracht die in mij geloofde dat ik daarna informatica ging studeren. Niet omdat dat mij uitermate boeide, ik heb er later ook niets meer mee gedaan, maar hé, je kon iets meer dan wat het vroegere PMS (nu CLB, red.) je had aangeraden, en dus deed je dat maar.’

‘Pessimisme wordt vaak onderschat. Het kan ook een motor zijn. Het zet mensen aan tot hoopvolle acties. Fuck de matrix’

Maar toen kwam dus die tweede Golfoorlog en zag hij die vreselijke beelden van gemartelde Iraakse gevangenen in Abu Ghraib. ‘Ik móést daar iets mee doen. Maar welke taal had ik daarvoor? Een handenstand? Een robotbeweging? Toen kruiste Geert Opsomer mijn pad. Hij zei: als dat je taal is, dan moet je het daar maar mee proberen. En dat werd mijn eerste voorstelling.’

Hufters

Het werd zijn renaissance, zeg maar, op de planken. Hij stond in 2003 met de broers Ben Chikha, Chokri en Zouzou, mee aan de wieg van Union Suspecte. Het markeerde het begin van een brandende ambitie die nu, bijna twintig jaar later, nog elke dag oplaait. ‘Het was best een heftig jaar voor mij. Ik heb een en ander kunnen verzilveren. Dit is meer dan ooit een tijd voor verhalen. In veel mensen zit er vandaag een schreeuw die vertaling zoekt.’

In het najaar vat hij ze zelf weer bij de kraag, jongeren, met een nieuwe voorstelling getiteld Zero for conduct. Hij neemt daarin het onderwijs op de korrel, belooft de aankondigingstekst. Het wordt de derde pijler van een onderzoeksproject dat hij ‘Humanisme 2.0’ noemde: een verkenning van wat ons vandaag nog tot mens maakt, wat daarvoor méér nodig is. Met Utopera verkende hij wetenschap en geloof, in Studio Shehrazade, geselecteerd voor het TheaterFestival, de liefde.

‘Ik vraag nooit aan jongeren: zin om je eigen film te maken? Wel: wat is je verhaal? En daarna zoeken we wel een vorm’

Nu dus het onderwijs. ‘Worden jongeren genoeg aangesproken op wie ze zijn of willen worden? Is er plaats voor leerkrachten die buiten de lijntjes willen kleuren?’

Wat schort er aan het onderwijs?

‘Ik geef veel workshops in scholen en het valt mij op dat het concept school of klas in 100 jaar amper veranderd is. De leerkracht staat vooraan de waarheid te verkondigen, de scholieren luisteren en nemen die kennis op. En buiten loopt de wereld over. Continenten vervloeien met elkaar, talen en culturen zijn talrijk geworden, er schuiven tektonische platen over en tegen elkaar. We begrijpen elkaar niet, nog los van de taal. Filosofie is ten onrechte een optie die je pas aan de universiteit krijgt. Het mangelt aan een filosofische insteek in het beroeps- en technisch onderwijs, net zo goed als in de meeste aso-scholen.’

Wat moeten jongeren met filosofie? Wat versta je daaronder?

‘Dat het kritische denken wordt aangewakkerd, dat je tools aangereikt krijgt om de wereld te vatten. Je moet op school de complexiteit van die wereld inademen en daardoor ook je plek hier beter leren begrijpen. Dat mis ik in het onderwijs. Sommige scholen hanteren een andere visie, her en der worden er nieuwe scholen opgericht, maar de mainstream mist die dynamiek. Ligt het aan de vakbonden, vraag ik me af? Die voerden een terechte strijd voor de status van de leerkracht, maar het nadeel is wel dat er veel roest in de structuren zit.’

Hoe was jouw schooltijd?

‘Erg moeizaam in het begin. Ik kwam zoals zovele jongeren met migratieroots in het technisch onderwijs terecht. En ik merk dat er weinig veranderd is. Ik ontmoet op scholen nog altijd te veel jongeren met te weinig geloof in zichzelf. De boodschap die ze krijgen van de samenleving, is: leer een vak, studeer af en verdien zo snel mogelijk geld. Is dat de bedoeling van school? Dat we jongeren klaarstomen om een radertje te worden in de grote productiemolen? Ik stel me het kapitalisme wel eens voor als een monster dat continu met mensenvlees moet worden gevoed. Ik ben erg blij en dankbaar dat ik daaraan ontsnapt ben. Ik heb echt puur geluk gehad.’

Maar je zag er ook velen die dat geluk niet gehad hebben?

‘O ja. Veel gasten van mijn generatie zijn taxichauffeur geworden. Versta me niet verkeerd, ik heb niets tegen die jobs. Maar wat met het ontdekken van je capaciteiten? Wat met je talenten? (dubt even) Nee, schrap dat woord. “Talent” is overroepen. Een besmet woord ook, het wordt te vaak gebezigd in holle slogans op de arbeidsmarkt. Maar waar zit de vonk? Wie spreekt die aan? Als iets of iemand dat in jou aanboort, krijg je vleugels.’

En als dat niet gebeurt, kan het lelijk ontsporen. Bij ‘nul voor gedrag’ dacht ik spontaan aan Belgisch-Marokkaanse hufters die amok maken in zwembaden. Of op hun achttiende in een auto kruipen, al dan niet verzekerd, en in Schaarbeek iemand van het voetpad maaien.

‘Curieus, ik associeer dat “nul voor gedrag” juist met iets positiefs. Ik denk aan de klimaatjongeren. Die zetten het systeem een neus, nemen ineens het heft in eigen handen.

Vanuit een diep pessimisme over hoe het er in de wereld toegaat. Pessimisme wordt vaak onderschat. Het kan ook een motor zijn. Het zet mensen aan tot hoopvolle acties. Fuck de matrix. Zo’n Anuna De Wever die zegt: “Er is geen geld? Druk er dan bij”, dat is toch geweldig? Alleen jonge mensen kunnen zoiets bedenken. Dat is rebels, niet hufterig.’

Rel schoppen in een zwembad is natuurlijk óók een vorm van activisme.

‘Ik begrijp wat je bedoelt. Ja, ik zie ze ook, die verloren generatie. Maar ik zie ze net zo goed bij autochtone jongeren. Ik werk al jaren met jongeren en ik maak me voor het eerst echt zorgen. Potentieel ontwikkelen is voor mij synoniem met identiteit ontwikkelen. En ik merk dat die identiteit tegenwoordig bij vele jongeren erg verknipt is. Dan heb ik het net zo goed over ontsporende allochtone jongeren als over die kerels van Schild en Vrienden. Alles polariseert. Zeker voor iemand die zelf een andere origine heeft zoals ik, zou je kunnen denken: is dat zo nieuw? Been there, done that, toch?’

Je bedoelt dat je nooit iets anders hebt gekend dan Zwarte Zondagen?

‘Ja, maar deze keer is het anders. Dat oudere mensen voor het Vlaams Blok stemden, omdat ze moeite hadden met de snelheid en de complexiteit waarmee de wereld verandert, dat kon ik nog vatten. Beangstigend vind ik vandaag de vaststelling dat veel rechtse stemmers jonge mensen zijn. Dat doet mij pijn. Zeker omdat ik zo hard inzet op jongeren, al jaren bezig ben met emancipatie, een stem geven. Ik hoor die Schild-en-Vrienden­achtige meningen ook op school, niet onderbouwd, gewoon zonder nieuwsgierigheid, het blok erop. Ze kennen de ander niet, het interesseert hen niet. De openheid is soms ver zoek. “Och, jij met je toneel, zo’n links gedoe”.’

Begint alle extremisme niet met betweterigheid?

‘Daarom ga ik ook geen enkel onderwerp uit de weg. Het gegeven van IS dat homo’s van hoge gebouwen gooide, is de aanzet geweest voor Studio Shehrazade, een voorstelling over homoseksualiteit in de Arabische en Afrikaanse wereld. Ik geef daar ook workshops over in de klassen. “Oei oei, delicaat!”, waarschuwen mensen mij. Maar dat valt keihard mee. Ik vind over het algemeen dat jongeren te vaak onderschat worden in wat ze wel of niet aankunnen. Ook in klassen met jongeren met een islamachtergrond is er perfect ruimte om over zo’n onderwerp het gesprek aan te gaan.’

Milo Rau is dat zelfs in jouw land van herkomst zelf, in Mosul, gaan doen.

‘Ja, schitterend. Het gesprek aangaan, hoe hard ook. Misschien ook omdat ik én man ben én een Arabische achtergrond heb. Jongeren komen dan kijken in de Vooruit en staan na afloop recht om te applaudisseren. Ik ben wel zeker dat er na de voorstelling nog altijd jongeren zijn die het lastig blijven hebben met dat thema, maar er is tenminste iets aangewakkerd. Alles beter dan wegkijken en censureren.’

Spieken

Botsende identiteiten, hij weet er wel wat van. ‘Mijn vader was moslim én wetenschapper. Allah en de evolutieleer? Dat ging voor hem perfect samen. Ik ben Irakees en Belg, ik was fan van Fairuz (Libanese zangeres, een van de grootste sterren in het Midden-Oosten, red.) en Michael Jackson. Ik hou vast aan de ene cultuur en ik moest mij aanpassen aan een andere. Daarbij stelde ik mij als kind al de vraag: wat is dat dan, aanpassen?’

Je kunt er tureluurs van worden, wellicht. Maar beschouwde jij het eerder als een lust dan een last?

‘In het begin was het eerder een last. Later ben ik dat hybride juist gaan omarmen. Ook in het theater. Ik danste bij Rosas, ik werkte samen met Arne Sierens. Invloeden kwamen van alle kanten.’

Je kunt dat omarmen, of net niet, het afstoten.

‘Ja, en dat baart me vandaag dus erg veel zorgen. Het verrijkt je, maar je kunt er ook op flippen. Vanwaar komt dat, vraag ik me soms af, als ik er in scholen op bots. Waarom klampen sommige allochtone jongeren én die gastjes van Schild en Vrienden zich vast aan zo’n richel van haat en afwijzing? Ik ben altijd nieuwsgierig gebleven. Dat brengt me terug bij het onderwijs. Ken je die quote van Neil deGrasse Tyson, de directeur van het Hayden Planetarium in New York? “Als kinderen spieken, moet je de school in vraag stellen”. Het betekent dat je er niet in geslaagd bent om die jongeren leergierig te maken.’

De essentie van het project dat je ‘Humanisme 2.0’ noemt, is: ‘de mens centraal stellen, cultuur, geloof of politieke overtuiging opzijzetten en van mens tot mens communiceren’. Maar lijkt net dat niet almaar onmogelijker? Zoals Hans Andreus dichtte: ‘Men kijkt zijn spiegel aan./ En hangt zich op aan winterse systemen/ of takken van geloof.’

‘Het zou niet mogen en het is ook zo makkelijk te vermijden. Iedereen heeft het over interculturaliseren. Dat je kleur op scène wil? Prima, wil ik ook. Maar je krijgt het automatisch als je van de inhoud vertrekt. Ik vraag nooit aan jongeren: zin om je eigen film te maken? Wel: wat is je verhaal? En daarna zoeken we wel een vorm.’

Dat is op individueel niveau, maar we hadden het over culturen.

‘Zo ontsluit je individuen én culturen. Dat noem ik hybridiseren. Kijk, als TG Stan Tsjechov speelt, denkt niemand aan diversiteit. Maar als er al eens een Arabisch stuk naar hier komt, rijst de vraag altijd: wie gaat dat spelen? Versta: welke allochtone acteur? Ik heb eens een stuk gezien van een Palestijnse theatermaakster met blanke Vlaamse acteurs. Piet speelde Ali en Jan Mohamed. En dat werkte. Zo zou het ook moeten. En Tsjechov zou je in Bagdad moeten gaan spelen met Ali en Mohamed. Precies door die barrière op te heffen, ga je naar de essentie, recht naar de schoonheid van de andere verhalen dan de jouwe.’

Je zei: áls er eens een Arabisch stuk naar hier komt. Het blijft niche?

‘Ja, ten onrechte. De Arabische wereld zit vol Tsjechovs, maar we kennen ze niet. Ik zei het al: er is veel erfgoed aan ons voorbijgegaan, doordat we van die wereld om politieke propagandaredenen zijn afgesneden geraakt. We zien oorlogen en woestijn, niet langer de schoonheid van die cultuur. In de jaren 50 was dat nog anders. Toen was Fairuz ook in het Westen zeer beroemd. Fairuz, dat is eigenlijk flamenco of fado met een Arabische lijn eronder. Heerlijk, dat mengen.’

Misschien moet je, zoals Rau, ook maar eens theater gaan spelen in je land van herkomst?

‘Dat zou ik erg graag doen, ja. Ik ben er nooit meer terug geweest. Van mijn kindertijd herinner ik mij de grootsheid van de stad, maar ook de sirenes die bombardementen aankondigden – al herinner ik me niet ooit bommen te hebben zien vallen. De Irak-Iranoorlog was anders dan de Golf­oorlogen, klassieker, er was een front, er werd gevochten om een stuk land. Bagdad zelf bleef toen gespaard.’

‘Mijn vader is er twee jaar geleden voor het eerst sinds zijn vertrek terug geweest. Wat hem het meest opviel, is wat ik falingsresistentie noem. Een brug mag daar al tien keer verwoest zijn, ze zullen ze nog een elfde keer opbouwen. Dat is groots. Met mensen zou het net zo moeten gaan, vind ik. Dat we ons telkens weer opbouwen, herdenken.’

Ik las ergens dat je ‘een passionele persoonlijkheid’ bent. ‘Genetisch zelfs té’. Wat bedoelde je daarmee?

‘Dat zei ik niet, maar een personage in mijn stuk Layla’s Fool. Dat gaat over geloof en wetenschap, het gevecht dat ik heb moeten leveren om die twee te verzoenen. Ik ben van mijn geloof gevallen, maar zacht. Maar dat zinnetje gaat over iemand die extreem nieuwsgierig is. Iemand wiens maag als kind zes keer moest worden leeggepompt omdat het alles naar binnen speelde. (grijnst) Niet autobiografisch, dit.’

Kun je te nieuwsgierig zijn?

(denkt even na, schiet vervolgens in de lach) ‘Nee.’