Voorbije producties

   

NIEUWS

PHOTO 2020 06 23 12 56 32

Blijf op de hoogte en meld je hier aan voor onze nieuwsbrief.

▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪

6 augustus 2020

Wegens de striktere maatregelen tegen de verdere verspreiding van het Corona virus hebben we besloten om de werkweek van Jong Gewei met het aansluitend toonmoment bij Theater Antigone op 12 augustus te annuleren.

We houden jullie op de hoogte van onze verdere toekomstige plannen!

8 juni 2020

Gorges in De Standaard:

Als ik schreeuw van woede, ben ik de agressieve zwarte man’
‘In 1960 dacht mijn vader dat het zou veranderen. Nu zijn we 2020 en we vechten nog altijd om als mens behandeld te worden’, zegt theatermaker en artistiek directeur Gorges Ocloo.


Gorges Ocloo: ‘Je kunt niet voor of tegen racisme zijn: het bestaat en het is slecht, punt.’

‘Mijn vader zei me eergisteren huilend aan de telefoon: “Ik ben bijna tachtig jaar, heb heel mijn leven lang gevochten om als mens behandeld te worden. Nu moet jij diezelfde strijd opnieuw voeren”’, vertelt Gorges Ocloo (31). Op 29 mei schreef zijn vriendin Isa Tubbax een open brief waarin ze beschrijft hoe haar lief nog dagelijks in aanraking komt met racisme. Ocloo is ­theatermaker, regisseur, acteur en artistiek directeur van De Maan in Mechelen. ‘Ik verwerk mijn emoties en ervaringen in mijn projecten’, zegt hij. ‘Mensen noemen dat theater­therapie, maar zo bekijk ik het niet. Bij ­gebrek aan spreekbuis heb ik mijn eigen megafoon gecreëerd.’

Ocloo is geboren in Ghana en verhuisde op zijn twaalfde naar Kolderbos in Genk. ‘Ik kom uit een wijk. Van kleins af weet ik wat het betekent om in aanraking te komen met de politie’, vertelt hij. ‘De agenten zitten vaak in wijken, zoals in Molenbeek. Ze denken nog altijd dat jongeren van kleur gevaarlijk zijn. Weet je hoe dat aanvoelt? Alsof er continu een arend op je schouders zit die meekijkt naar wat je doet, wie je bent en waar je bent. Ik snap dat autochtone Belgen denken dat wij overdrijven. Zij zitten veilig in hun arendsnestje.’

Mentale ziekte
Inmiddels is Ocloo een Brusselaar en woont hij in Laken. Hoewel hij te maken kreeg met politiegeweld en etnische profilering is hij het moe om te praten over racisme. ‘Om de zoveel jaar gebeurt er iets en komen er in de media getuigenissen naar boven. Dan doen we alsof het de eerste keer is dat we horen over racisme in België. De media vroegen de voorbije dagen aan de allochtonen die in hun krant staan of in hun programma zitten: “Kom jij in aanraking met racisme?” Weet je, dat geeft het gevoel dat we tot nu niet gehoord werden. Hoe hard moeten we schreeuwen? Mogen we zelfs nog schreeuwen? Want zodra ik schreeuw, word ik afgeschilderd als de agressieve zwarte man en heb ik ongelijk.’

‘De politie denkt nog altijd dat jongeren van kleur gevaarlijk zijn’

Gorges Ocloo
Artistiek directeur De Maan in Mechelen

‘Je kunt niet voor of tegen racisme zijn: het bestaat en het is slecht, punt. Je zou hier geen debat over mogen voeren. Je voert toch ook geen debat over andere ziektes waaraan mensen sterven? Racisme is een mentale ziekte waar mensen van kleur het slachtoffer van zijn. We sterven er ook aan. We kunnen het alleen bestrijden door er onder elkaar over te praten. Met debatten in de media of in het parlement lukt het niet.’

‘2012 en 2013 waren zware jaren’, vertelt Ocloo. ‘Ik fiets graag en had geïnvesteerd in een chique en duurzame fiets waar een prijskaartje aan hing. Ik snap niet waarom ik me nu verantwoord voor die dure aankoop, maar goed. Ik fietste van Schaarbeek naar de Botanique en werd tegengehouden door twee agenten. “Van wie is die fiets”, vroegen ze. “Van mij”, antwoordde ik. “Kan je dat bewijzen?” Ik heb toen naar de fietswinkel moeten bellen zodat de winkelier kon bevestigen dat ik die fiets had gekocht. Ik was echt heel boos, maar ik moest me kalm houden. Ik kreeg niet eens een “sorry” van de agenten.’

‘In dezelfde periode wandelde ik met een vriend aan de Brusselse Beurs. We hoorden een meisje krijsen vanuit het metrostation en gingen kijken wat er aan de hand was. Het meisje was dronken en sloeg op de bankautomaat. Een Marokkaanse jongen riep dat ze moest stoppen, dat ze de automaat kapot maakte. Het meisje reageerde door de jongen te slaan, waarop hij begon te bloeden. Toen de jongen wilde terugslaan, besloot ik tussenbeide te komen om hem tot kalmte te brengen. Terwijl ik dat deed, kwamen twee agenten naar ons toe. Ik legde rustig uit wat er was gebeurd. Maar toen ik me omdraaide om weg te gaan, greep een van de agenten me bij mijn nek. “Ga op de grond liggen”, riep hij. Ik spartelde tegen, maar ze lieten de politiehond los en ik kreeg een beet in mijn bovenarm. Er was een stuk huid weg, ik heb daar een litteken aan overgehouden. Ik besloot te gaan liggen en kreeg handboeien om. Ik kan niet uitleggen hoeveel woede ik toen voelde.’

‘De agenten brachten me naar het politiekantoor aan de Grote Markt. In de garage van het politiekantoor werd ik bij mijn keel gegrepen. Ik zei dat ik astma had en dat ze me iets zachter mochten behandelen. “Fils de pute, hou je bek”, riep de agent die mijn keel vastgreep. Ze stopten me in de cel en na vier uur lieten ze me vrij. Ik vroeg of ik een bewijs kon krijgen dat ik de nacht in de cel had doorgebracht, maar dat kreeg ik niet. Achteraf probeerde ik beeldmateriaal van in het metrostation en het politiekantoor te krijgen. Van de MIVB kreeg ik geen reactie en aangezien er geen camera’s hangen in de garage van het politiekantoor, waren ook daarvan geen beelden.’

Ocloo diende een klacht in bij Comité P. ‘Ik kreeg een brief waarin stond dat ik de openbare orde had verstoord. Het ging mentaal zo slecht na die ervaring, dat ik in therapie ben gegaan. Ik werd heel agressief, maar kan je het me kwalijk nemen?’

‘In 1960 dacht mijn vader dat het zou veranderen. Nu zijn we 2020. Wij moeten weer dezelfde verhalen brengen, en weer zullen we niet worden gehoord. Als ik zie wat er nu in Amerika aan de hand is, denk ik: let it burn. Maak dat het Witte Huis zwart van het roet ziet. Misschien worden we dan wel gehoord.’

▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪

8 mei 2020

Heel wat voorstellingen en activiteiten werden geannuleerd om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan. Sommige voorstellingen worden afgelast, voor andere proberen we een nieuwe datum te zoeken.

Volgende voorstellingen zijn voorlopig geannuleerd:

- 13 maart Move(on) - Toneelhuis
- 18 maart Move(on) - Den Haag
- 28 maart Studio Shehrazade - CC Tessenderlo
- 11 april Zero For Conduct - Tweetakt, Utrecht (NL)
- 11 april Studio Shehrazade - Rataplan, Borgerhout (Antwerpen)
- 21 april Studio Shehrazade - De Warande, Turnhout
- 28 april Studio Shehrazade - De Studio, Antwerpen
- 30 april Studio Shehrazade - De Brakke Grond, Amsterdam (NL)
- 5 mei Ich Bin Wie Du - ARSENAAL/LAZARUS, Mechelen
- 6 mei Ich Bin Wie Du - ARSENAAL/LAZARUS, Mechelen
- 13 juni Studio Shehrazade - Rataplan, Borgerhout (Antwerpen)
- 6 juni Move (on) - Toneelhuis Bourlaschouwburg (Antwerpen)

Blijf onze website in de gaten houden voor eventuele veranderingen en updates omtrent al onze activiteiten en voorstellingen.

Vragen of opmerkingen? Aarzel niet om ons te contacteren.

Zorg goed voor jezelf en elkaar.

12 februari 2020

De première van Move(on) bij Vooruit zit erop!

We toeren nog door Vlaanderen en Nederland, meer info over de voorstellingen vind je hier.

Lees het interview door Bruzz met Jolente en Atta hier.

"Ze aanhoorden elkaars verhalen, besnuffelden elkaars teksten, betastten elkaars lichaam, en besloten dat communicatieve obstakels en uiteenlopende perspectieven geen reden zijn om niet (met elkaar) op te schieten. Uiteindelijk kreeg het wrange morele vraag- en theaterstuk Orphans van de Brit Dennis Kelly een prominente plaats in de mix, en als de woorden haperen, neemt de taal van de dans het over."

▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪

29 januari 2020

We naderen de première van Move (on)!!

Pen alvast 5 februari in de agenda, en voor wie reeds geboekt is: we spelen nog tem 8/02 in de Vooruit en erna op tournee door Vlaanderen en Nederland.

Negen acteurs en dansers met heel uiteenlopende achtergronden vonden elkaar in de taal en het werk van de Britse toneelauteur Dennis Kelly. Ze verweven zijn 'Orphans' (uit 2009) op subtiele manier met gedichten en literatuur uit het Midden-Oosten*, maar ook met dans. Hun personages staan voor een kantelmoment, hun trajecten kruisen elkaar doorheen haperende communicatie en choreografieën. Ze zoeken naar een gemeenschappelijke taal in een afbrokkelende, koude wereld. En misschien vinden ze hoop, weerbaarheid en solidariteit in het samen zijn, samen bewegen, samen ageren.

Als gevolg van de hybride wereld waarin we leven, zeggen ze ondanks alles: tussen ons werkt het alvast, let's move (on).

"You think, - and I am not criticizing -, but you think that things work out fair, but they don't, they really don't. This isn't the fair world you think it is, Danny, and I'm not saying what you believe is wrong because I love you for that, but now is not the time for that, because this is now."

Rond de werktafel zitten:

  • Actrice Btissame Bourrich, laatstejaarsstudente aan het Conservatorium van Antwerpen;
  • Evgenia Brendes, actrice van Russische origine;
  • de Franse toneelspeelster Olga Mouak;
  • de Palestijnse acteur en schrijver Atta Nasser;
  • Haider Al Timimi, artistiek leider van het gezelschap Kloppend Hert;
  • danser en choreograaf Youness Khoukhou;
  • de Braziliaanse danser en acteur Gustavo Vieira;
  • en twee van de stichtende leden van tg STAN, Jolente De Keersmaeker en Frank Vercruyssen.

Ze vonden een gemeenschappelijke herkenning in het universum van Dennis Kelly, wiens werk als een dof gegrom het gevoel van onbehagen in de huidige maatschappij uitdrukt, met haperende communicatie, eenzame dromen en plotse uitbarstingen van geweld tegenover de ander die men niet kent. Deze levendige en vaak chaotische dialogen, zowel tragisch als banaal, drukken de existentiële en morele onzekerheid van onze medeburgers uit.

Opdat de spelers zich zo vrij mogelijk kunnen uitdrukken, bevat Move (on) choreografieën waarin de lichamen zich verbinden met de teksten. Ze speuren naar de overeenstemming tussen de innerlijke leefwerelden en hun uiterlijke uitdrukking, het wrijvingspunt tussen het individu en de groep.

* Citaten van o.a. Mourid Barghouti (Palestina), Omar Khayyam (Iran), Abdellatif Laâbi (Marokko) en Mohammad Al-Maghut (Syrië).

Nederlands, Engels, Frans, Arabisch, Braziliaans en Russisch gesproken. Met boventitels in het Engels en Frans.

TG STAN POSTER A2 PRINT VERSION
Schermafbeelding 2019 09 05 om 18 44 38

14 januari 2020

Interview door Evelyne Coussens voor De Morgen op 2 januari 2020

Haider Al Timimi en Gorges Ocloo, artistieke leiders ‘van kleur’ in Vlaamse theaterhuizen

De makers Haider Al Timimi en Gorges Ocloo leken voorbestemd tot een leven als elektromonteur en automechanicus. Dit jaar worden ze ieder artistiek leider ‘van kleur’ bij een Vlaams theaterhuis. ‘We hebben het geluk gehad de juiste mensen tegen te komen die detecteerden waar onze verlangens zaten.’


Het weerzien gebeurt met een speelse diss. Gorges Ocloo: “Hé man, mooie schoenen, waar heb je die gepikt?” Haider Al Timimi, zonder verpinken: “Daarnet op straat, van iemand die ze niet meer nodig had.” Maar de twee theatermakers zijn geen echte bad boys, daarvoor is hun beroepsernst te groot. In 2020 komen ze allebei aan het hoofd van een theaterhuis. Niet met het been vooruit, maar met een uitgestoken hand.

In september stonden ze nog samen op het Theaterfestival met Studio Sheherazade, een even gewaagd als vrolijk kitschcabaret over homoseksualiteit in de Afrikaanse en Arabische wereld. In 2020 wacht hen een nieuwe uitdaging: Al Timimi wordt artistiek directeur van Theater Antigone in Kortrijk, Ocloo wordt samen met Greet Jacobs en Femke Stallaert het artistieke team achter Beeldsmederij DE MAAN in Mechelen.

Niet evident voor een Belg met Ghanese roots, die opgroeide in het Limburgse Oud-Winterslag en tot een leven als elektromonteur voorbestemd was. En al evenmin voor Al Timimi, die als 6-jarige jongen uit Bagdad wegging, een opleiding in automechanica kreeg en straks de eerste theaterdirecteur van kleur is in Vlaanderen. Hoe is het (dan toch) zo ver kunnen komen?

Haider Al Timimi: “We hebben het geluk gehad de juiste mensen tegen te komen die detecteerden waar onze verlangens zaten. Er waren wellicht ook triggers in onszelf, maar ik geloof absoluut niet in het credo ‘als je maar hard genoeg wilt’. Gorges en ik koesteren een grote nederigheid tegenover het leren. En we beschikken over iets wat ik faalresistentie noem: de veerkracht om zelfs in niet-evidente contexten door obstakels heen te breken.”

Ocloo: "Als we beweren dat we de complexiteit van de straat willen inademen, moeten we niet bang zijn voor mensen die anders denken, welke kleur ze ook hebben.”

Toch schrijven ze veel toe aan hun ‘vaders en moeders’, zoals Ocloo ze noemt. In zijn geval gaat het in eerste instantie om de Genkse sociaal- artistieke organisatie Yawar, die de jonge Ocloo leerde zijn woede op een constructieve manier in te zetten – later namen de docenten aan de Brusselse theaterschool RITCS die rol over. Al Timimi werd opgepikt door het toenmalige Union Suspecte en de getalenteerde breakdancer stroomde via Chokri Ben Chikha snel door naar het hart van de Vlaamse podiumwereld.

In de 20 jaar die volgden zouden zachtjesaan spelers en makers van kleur het veld binnendruppelen. De laatste vijf jaar ging die beweging in crescendo, maar niet altijd op de juiste manier, vinden beiden. Al Timimi: “Soms lijkt het een shopcultuur. Theaterdirecteurs hebben haast om gekleurde talenten te ‘vinden’. Jonge mensen krijgen daardoor nauwelijks de tijd om te groeien. Vooral als blijkt dat veel van die gasten een andere verbeelding over wat theater is binnenbrengen.”

Ocloo: “Die verbeelding heeft te maken met hun andere achtergrond, maar valt er niet mee samen. Ik heb roots in Ghana, maar ik moet niet steeds mijn eigen verhaal vertellen. Toen ik afstudeerde was ik die vraag kotsbeu, tot op het punt dat ik mijn docenten voorstelde een voorstelling over de seksuele relatie tussen Filip en Mathilde te maken.” (grijnst) Al Timimi: “Je hoeft de diversiteitskwestie niet de hele tijd te benoemen. Het is de kleur zelf die de canon uitdaagt, die het verhaal vertelt.”

In die zin is het belangrijk dat Al Timimi en Ocloo vandaag niet alleen zichtbaar zijn als makers en spelers, maar dat ze ook een leidende positie opnemen. Een positie die hen de mogelijkheid geeft ‘kleur’ in haar meest brede betekenis binnen te brengen op een manier die zij interessant vinden. “Het gaat mij erom het hele palet van de straat naar binnen te trekken”, zegt Al Timimi. “Met een huis kan ik jonge makers de kans bieden te prutsen en te falen, om zonder haast hun handschrift te ontwikkelen.”

Ook Ocloo is erop gebrand zo veel mogelijk verschillende werelden in het Mechelse huis waar kinderen en jongeren centraal staan binnen te brengen. “Dat de jeugd bij ons vanzelf binnenstroomt (via schoolvoorstellingen, EC) is een groot cadeau. Ik wil dat kinderen bij DE MAAN van zo veel mogelijk proeven, zodat ze aan het einde van het jaar kunnen zeggen: ‘Ik heb alles gezien en alles is mogelijk, want wat ik me maar kon inbeelden is gebeurd.’”

Tegen de geplande Vlaamse cultuurbesparingen kwam protest uit de sector. “Ik ben niet bang voor het politieke klimaat”, zegt Al Timimi. “Ik stel me meteen de vraag welke rol ons huis daarin kan spelen. Ik kijk ernaar uit met de stad het gesprek te voeren, op de vloer of ernaast. Sowieso geloof ik dat kunst een verantwoordelijkheid draagt in het verbinden van mensen.”

Al Timimi: “Ik geloof erg in micropolitiek, zoals die in een dansstuk kan zitten. Als meningen expliciet worden, stel ik me altijd de vraag wat nog het verschil is met wat de andere media over ons uitstorten. Theater kan de ziel week maken, vatbaar om op een andere manier iets te begrijpen, dat is juist zijn kracht.”

Met de opdracht die hij zich stelt, viseert Al Timimi niet de witte, rechtse kiezer, geeft hij aan. Toen tijdens de gekleurde schoolvoorstellingen van Studio Sheherazade de vraag werd gesteld wie tegen het homohuwelijk bezwaar had, stond in sommige zalen de helft van het publiek op. Ocloo: “Dat zijn waardevolle momenten. Als we beweren dat we de complexiteit van de straat willen inademen, moeten we niet bang zijn voor mensen die anders denken, welke kleur ze ook hebben.”

Politiek en kunst zijn voor Al Timimi en Ocloo niet te scheiden, maar van de meer activistische podiumvormen blijken ze koele minnaars. “Er moet ruimte zijn voor expliciete stemmen”, zegt Al Timimi, “maar het is niet het artistieke werk dat ik zou maken, en al helemaal niet als het bijdraagt tot polarisatie.” Ocloo: “Vaak zijn die stemmen meer politiek of academisch dan artistiek, want als je vanuit een artistieke drive werkt, polariseer je niet.”

Al Timimi: “Ik geloof erg in micropolitiek, zoals die in een dansstuk kan zitten. Als meningen expliciet worden, stel ik me altijd de vraag wat nog het verschil is met wat de andere media over ons uitstorten. Theater kan de ziel week maken, vatbaar om op een andere manier iets te begrijpen, dat is juist zijn kracht.”

Wat met het structurele racisme in de kunstensector, kan een portie micropolitiek ook daartegen weerstand bieden? “Racisme is nog altijd aanwezig in de hele samenleving, maar de kunstensector kan stilaan niet meer heen om talent van kleur”, zegt Al Timimi. “Dat wij met onze achtergrond in deze positie zitten, bewijst dat. Het kan allemaal sneller en het blijft keihard werken om dat ‘inclusieve’ verhaal te verdedigen, maar het zijn stappen in de goede richting.”

In ieder geval regisseert straks een ‘donkere jongen’ – zoals Ocloo zelf zegt – het witte theatericoon Josse De Pauw in een bewerking door de Nigeriaanse schrijver Ben Okri van een van de canonieke verhalen uit de westerse literatuur, Moby Dick. “Ik denk niet in die termen of statements”, zegt Ocloo. “Ik zoek gewoon mensen met wie ik graag wil samenwerken. Josse keek een beetje op van de manier waarop ik over theater denk, maar zei direct: ‘We doen het’. Ik heb het gevoel dat er een wederzijds vertrouwen groeit.”

Al Timimi: “Dat is de essentie. Als we de canon willen verbreden, moeten we vooral nieuwsgierig blijven naar andermans verhalen.”

3 januari 2020

18.01.2020 Masha'el Falesteen Collectief - Dabkah Tour 2020

Together for Love and Peace among our Children

@De Centrale - Gent , 20:00

Tickets en meer info

Het "Masha'el Falesteen Collectief” (een deelwerking van het Askar Social Development Centre in Nablus, Palestina) maakt zich op voor een unieke culturele tournee.
De groep bestaat uit een twaalftal dansers (jongens en meisjes tussen 12 en 16 jaar) die hun traditionele Palestijnse dansshow presenteren in o.a. België, Frankrijk en Spanje.
Dabké of dabkah (letterlijk: stampen) is een typische Levantijnse reidans uit Palestina, Libanon, Jordanië, Irak en Syrië. Dabké wordt op grote schaal uitgevoerd op bruiloften, festivals en andere belangrijke gelegenheden en wordt stilaan ook bij ons populair.
In deze 45 minuten durende show vangt het publiek een glimp op van de stilaan bedreigde Palestijnse cultuur via traditionele muziek, dans en kleurrijke klederdracht. Een boodschap van hoop, liefde én vrede in politiek steeds barrere tijden.

Aansluitend vertellen enkele Gentse jongeren over hun reis naar de Palestijnse Westelijke Jordaanoever, afgelopen zomer o.l.v. vzw Vrede.
Deze werkreis kadert in een cultureel project van Victoria Deluxe, Kopergietery en Jong Gewei.
De Gentse jongeren ontmoetten er de jongeren van het Masha'el Falesteen Collectief.
Dit weerzien grijpen ze samen aan om hun reiservaringen te delen en over de politieke context in de Westbank te vertellen.
Dit project moet tot slot uitmonden in een theatervoorstelling, die in september 2020 in première gaat.


▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪

20 december 2019

Volgende week speelt 'Wij, de Verdronkenen' op Wintervuur in Antwerpen. Deze co-productie met Walpurgis en BOT is rauw, beeldend en muzikaal theater. Wij, de Verdronkenen is de verpletterende roman van de Deense auteur Carsten Jensen, over de glorietijd en teloorgang van zijn geboortestad Marstal, ooit een belangrijke zeehaven en vermaard om haar schepen en haar zeevaarders.

Aan boord van deze voorstelling: vier Hollandse muziektheatermakers met een arsenaal aan zelfgemaakte instrumenten, een Iraaks-Belgische danser-theatermaker, een viool spelende Albanese operazangeres, een half Chinese illustratrice met een basgitaar, een Vlaamse acteur op leeftijd met zeebenen en drie jonge honden met veel goesting, een scenograaf met een trompet, een componist met een ferme hoek af en een achtkoppig lokaal koor.

Lees hier het interview uit de Oerolkrant met regisseur Judith Vindevogel.

29 - 30 december, 2 - 4 januari
Wintervuur, Antwerpen

Meer info en tickets.

▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪

10 december 2019

MOVE (ON)

De spelers van tg STAN verzamelen op hun werktafel al een tijdje teksten van schrijvers uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika en de diaspora. Gedichten, romans en theaterstukken over verlangens en frustraties, over wrijvingen en tegenstrijdigheden, over wat er leeft in steden hier en daar. Samen met het nomadisch kunstencentrum Moussem en Kloppend Hert puurde tg STAN een nieuwe voorstelling uit die literatuur: ‘Move (on)’.

Acht performers uit diverse kunstpraktijken ontmoeten elkaar op scène: Btissame Bourrich, Evgenia Brendes, Atta Nasser, Jolente De Keersmaeker, Youness Khoukhou, Olga Mouak, Haider Al Timimi, Gustavo Vieira en Frank Vercruyssen. Samen verwerken ze teksten van auteurs als Mahmoud Darwish, Dennis Kelly, Alaa El Aswani en Saadallah Wannous tot een straffe performance. Een mix van levendige dialogen over hoop, verzet en onmacht én wervelende choreografieën.

Samen gaan de spelers op zoek naar antwoorden op vragen die voor hen noodzakelijk zijn. Maar alles begint bij het begin: een open speelveld en een goed gesprek.

Première 5 februari bij Vooruit.

Productie van tgSTAN. Co-productie van Kloppend Hert, Moussem, Vooruit & Toneelhuis.

Meer info

▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪

19 november 2019
Investeer meer in kunst en cultuur, niet minder. \ Invest more in arts, rather than less.

Omdat onze kunsten internationaal vermaard zijn. Omdat dat ons trots maakt. Omdat onze kunstenaars noodzakelijke verhalen vertellen over wie we zijn. Omdat die verhalen ons houvast geven, of ons uitdagen. Omdat onze kunsten diep verweven zijn met onze cultuur.

Omdat de creatieve sectoren werk geven aan 171.265 mensen die samen voor 12,5 miljard euro aan toegevoegde waarde creëren. Omdat die sector het beter doet dan bijv de chemie- of autoindustrie.

Omdat onze kunsten in die sector artistiek baanbrekend werk leveren. Omdat ze zelfs artistieke voorsprong hebben op de rest van de wereld. Omdat we die voorsprong moeten vasthouden. Omdat dat ook begint bij vernieuwende, kleinschalige projecten.

Omdat onze kunsten uw vertrouwen en dat van alle Vlamingen waard zijn. Daarom vragen wij MEER ipv MINDER investeringen in onze kunsten. Het moet niet veel meer zijn, maar vooral niet minder.

ENG - Because our arts are internationally renowned. Because that makes us proud. Because our artists tell necessary stories about who we are. Because these stories give us something to hold on to, or challenge us. Because our arts are deeply interwoven with our culture.

Because the creative sectors employ 171,265 people who together create 12.5 billion euros of added value. Because that sector is doing better than our chemical or car industry, for example.

Because our arts are pioneering in this sector. Because they even have an artistic advantage over the rest of the world’s artistic scene. Because we have to maintain that lead. Because that also starts with innovative, small-scale projects.

Because our arts are worthy of your trust and that of all Flemish people. That's why we ask our government to invest in arts MORE, rather than LESS. It doesn't have to be much more, but it certainly shouldn’t be less.

Teken hier de petitie.
▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪
29 oktober 2019
Première van Zero for Conduct!

Lees hier het mooie interview van Abbie Boutkabout met Haider Al Timimi.

"
E
r zit zeker een waarde van micropolitiek in theater, die niet zozeer een politiek systeem moet zien te vormen maar tenminste wel een brug kan slaan tussen mensen. Tussen speler en toeschouwer. Ik zie theater dus meer als een slow motion stuk van het leven. Het is het vertragen van het leven."

Voor wie er niet genoeg van krijgt:

“Jongeren botsen vandaag op exact dezelfde constructiefouten van onderwijs als ik 20 jaar geleden. Fout gestuurde studiekeuze, het watervalsysteem, de miskenning van tso- en bso- leerlingen, een hoog percentage lessen in monoloogvorm … Pijnlijk toch?”

Interview in De Standaard

“Leerlingen worden nog altijd geleerd om punten te scoren en niet om voor zichzelf kennis op te doen.”

Interview in Klasse

▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪

20 september 2019

het TheaterFestival is voorbij!

Geniet hier na van het interview met Haider in de dagkrant over Studio Shehrazade.

▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪

1 september 2019

Haider in gesprek

met Klasse over ons onderwijssysteem naar aanleiding van de nieuwe creatie Zero for Conduct.

Lees hier het volledige interview.

HET VERHALENLABORATORIUM VAN THEATERMAKER HAIDER AL TIMIMI

‘Waar zit de vonk? Wie spreekt die aan? Als iemand dat in je aanboort, krijg je vleugels’

Haider Al Timimi (39) werkt al jaren met jongeren, maar voor het eerst maakt hij zich echt zorgen over de jeugd. ‘Dat succes van Vlaams Belang? Je zou denken: been there, done that. Maar het is anders nu. Het doet mij pijn dat veel rechtse stemmers vandaag jonge mensen zijn.’ Tussen straat en theater zoekt hij hoop. En revolte.

Filip Rogiers voor DS Weekblad (6 juli 2019)

Hij laat zijn kind en het kind in hem niet los. Wat hij sinds jaren heeft opgebouwd in zijn thuisstad Gent, neemt hij straks mee als kersvers artistiek directeur van Theater Antigone in Kortrijk. Zijn kind heet Jong Gewei, een platform dat hij oprichtte onder de paraplu van theatergezelschap Kloppend Hert en waarmee hij ‘de diversiteit uit het straatbeeld op de planken wil brengen’. Dans, theater, muziek: een verhaal vindt altijd wel een vorm.

Die queeste gaat Haider Al Timimi aan met jongeren vanaf circa de puberteit tot, ja, tot hoe oud? Wanneer ben je de leeftijd voor verhalen voorbij? Droogt het op, die bron? Staat er een stop op nieuwsgierigheid?
‘Het kan uitzonderlijk al eens tot veertig jaar gaan’, lacht hij. ‘Ik werk met jongeren vanaf zestien jaar tot laat me zeggen iedereen die jong van geest is en blijft. Iedereen die genoeg geprikkeld is om zich bij de kraag te laten vatten.’
‘De Arabische wereld zit vol Tsjechovs, maar we kennen ze niet. We zien oorlogen en woestijnen, niet langer de schoonheid’

Zo verging het hem zelf. Een dramatische gebeurtenis en een toevallige passant, theatermaker Geert Opsomer, toenmalig artistiek leider van het Gentse Nieuwpoorttheater, vatten hém bij de kraag. Ze wekten het kind in hem dat op zesjarige leeftijd Bagdad verliet en nooit meer terugzag.

De schreeuw

De gruwel van de Abu Ghraibgevangenis was zijn munchiaans Schreeuw-moment. Haider is in 1979 geboren in Irak, zijn vader studeerde in Gent landbouwingenieur, de familie reisde hem achterna. ‘Mijn eerste indruk van België? Koud en klein’, zegt hij. ‘Maar best gastvrij, toen nog.’
Ze zouden terugkeren, maar toen werd het (opnieuw) oorlog, bestookten de Amerikanen Irak als vergelding voor Saddam Hoesseins invasie van Koeweit. ‘Een excuus,’ noemt Al Timimi het, ‘voor wat het Westen een interventie noemt, maar eigenlijk kolonisatie is.
Die seculiere jihad voor olie en dollars kostte niet alleen mensenlevens, daar en hier. ‘Het leidde ook tot collaterale culturele schade. De perceptie van de hele cultuur van de Arabische wereld werd erdoor besmet. Een hele rijkdom werd erdoor afgesloten. Een Arabier die in Hollywood voor het eerst met een kromzwaard werd afgebeeld, werd nu ook de terrorist.’
‘Ik was jong, het liefste wat ik deed, was breakdancen. Hier achter de bibliotheek, op het beton van het Zuid.’ Hij werd er Belgisch kampioen in. Een opmerking die hij bijna bedeesd wegwuift.
‘Ik naderde de leeftijd dat ik dacht: wat wil ik hier verder nog mee? Waar naartoe? Ik had auto-elektronica gevolgd. Het is dankzij een leerkracht die in mij geloofde dat ik daarna informatica ging studeren. Niet omdat dat mij uitermate boeide, ik heb er later ook niets meer mee gedaan, maar hé, je kon iets meer dan wat het vroegere PMS (nu CLB, red.) je had aangeraden, en dus deed je dat maar.’

‘Pessimisme wordt vaak onderschat. Het kan ook een motor zijn. Het zet mensen aan tot hoopvolle acties. Fuck de matrix’

Maar toen kwam dus die tweede Golfoorlog en zag hij die vreselijke beelden van gemartelde Iraakse gevangenen in Abu Ghraib. ‘Ik móést daar iets mee doen. Maar welke taal had ik daarvoor? Een handenstand? Een robotbeweging? Toen kruiste Geert Opsomer mijn pad. Hij zei: als dat je taal is, dan moet je het daar maar mee proberen. En dat werd mijn eerste voorstelling.’

Hufters

Het werd zijn renaissance, zeg maar, op de planken. Hij stond in 2003 met de broers Ben Chikha, Chokri en Zouzou, mee aan de wieg van Union Suspecte. Het markeerde het begin van een brandende ambitie die nu, bijna twintig jaar later, nog elke dag oplaait. ‘Het was best een heftig jaar voor mij. Ik heb een en ander kunnen verzilveren. Dit is meer dan ooit een tijd voor verhalen. In veel mensen zit er vandaag een schreeuw die vertaling zoekt.’

In het najaar vat hij ze zelf weer bij de kraag, jongeren, met een nieuwe voorstelling getiteld Zero for conduct. Hij neemt daarin het onderwijs op de korrel, belooft de aankondigingstekst. Het wordt de derde pijler van een onderzoeksproject dat hij ‘Humanisme 2.0’ noemde: een verkenning van wat ons vandaag nog tot mens maakt, wat daarvoor méér nodig is. Met Utopera verkende hij wetenschap en geloof, in Studio Shehrazade, geselecteerd voor het TheaterFestival, de liefde.

‘Ik vraag nooit aan jongeren: zin om je eigen film te maken? Wel: wat is je verhaal? En daarna zoeken we wel een vorm’

Nu dus het onderwijs. ‘Worden jongeren genoeg aangesproken op wie ze zijn of willen worden? Is er plaats voor leerkrachten die buiten de lijntjes willen kleuren?’

Wat schort er aan het onderwijs?

‘Ik geef veel workshops in scholen en het valt mij op dat het concept school of klas in 100 jaar amper veranderd is. De leerkracht staat vooraan de waarheid te verkondigen, de scholieren luisteren en nemen die kennis op. En buiten loopt de wereld over. Continenten vervloeien met elkaar, talen en culturen zijn talrijk geworden, er schuiven tektonische platen over en tegen elkaar. We begrijpen elkaar niet, nog los van de taal. Filosofie is ten onrechte een optie die je pas aan de universiteit krijgt. Het mangelt aan een filosofische insteek in het beroeps- en technisch onderwijs, net zo goed als in de meeste aso-scholen.’

Wat moeten jongeren met filosofie? Wat versta je daaronder?

‘Dat het kritische denken wordt aangewakkerd, dat je tools aangereikt krijgt om de wereld te vatten. Je moet op school de complexiteit van die wereld inademen en daardoor ook je plek hier beter leren begrijpen. Dat mis ik in het onderwijs. Sommige scholen hanteren een andere visie, her en der worden er nieuwe scholen opgericht, maar de mainstream mist die dynamiek. Ligt het aan de vakbonden, vraag ik me af? Die voerden een terechte strijd voor de status van de leerkracht, maar het nadeel is wel dat er veel roest in de structuren zit.’

Hoe was jouw schooltijd?

‘Erg moeizaam in het begin. Ik kwam zoals zovele jongeren met migratieroots in het technisch onderwijs terecht. En ik merk dat er weinig veranderd is. Ik ontmoet op scholen nog altijd te veel jongeren met te weinig geloof in zichzelf. De boodschap die ze krijgen van de samenleving, is: leer een vak, studeer af en verdien zo snel mogelijk geld. Is dat de bedoeling van school? Dat we jongeren klaarstomen om een radertje te worden in de grote productiemolen? Ik stel me het kapitalisme wel eens voor als een monster dat continu met mensenvlees moet worden gevoed. Ik ben erg blij en dankbaar dat ik daaraan ontsnapt ben. Ik heb echt puur geluk gehad.’

Maar je zag er ook velen die dat geluk niet gehad hebben?

‘O ja. Veel gasten van mijn generatie zijn taxichauffeur geworden. Versta me niet verkeerd, ik heb niets tegen die jobs. Maar wat met het ontdekken van je capaciteiten? Wat met je talenten? (dubt even) Nee, schrap dat woord. “Talent” is overroepen. Een besmet woord ook, het wordt te vaak gebezigd in holle slogans op de arbeidsmarkt. Maar waar zit de vonk? Wie spreekt die aan? Als iets of iemand dat in jou aanboort, krijg je vleugels.’

En als dat niet gebeurt, kan het lelijk ontsporen. Bij ‘nul voor gedrag’ dacht ik spontaan aan Belgisch-Marokkaanse hufters die amok maken in zwembaden. Of op hun achttiende in een auto kruipen, al dan niet verzekerd, en in Schaarbeek iemand van het voetpad maaien.

‘Curieus, ik associeer dat “nul voor gedrag” juist met iets positiefs. Ik denk aan de klimaatjongeren. Die zetten het systeem een neus, nemen ineens het heft in eigen handen.

Vanuit een diep pessimisme over hoe het er in de wereld toegaat. Pessimisme wordt vaak onderschat. Het kan ook een motor zijn. Het zet mensen aan tot hoopvolle acties. Fuck de matrix. Zo’n Anuna De Wever die zegt: “Er is geen geld? Druk er dan bij”, dat is toch geweldig? Alleen jonge mensen kunnen zoiets bedenken. Dat is rebels, niet hufterig.’

Rel schoppen in een zwembad is natuurlijk óók een vorm van activisme.

‘Ik begrijp wat je bedoelt. Ja, ik zie ze ook, die verloren generatie. Maar ik zie ze net zo goed bij autochtone jongeren. Ik werk al jaren met jongeren en ik maak me voor het eerst echt zorgen. Potentieel ontwikkelen is voor mij synoniem met identiteit ontwikkelen. En ik merk dat die identiteit tegenwoordig bij vele jongeren erg verknipt is. Dan heb ik het net zo goed over ontsporende allochtone jongeren als over die kerels van Schild en Vrienden. Alles polariseert. Zeker voor iemand die zelf een andere origine heeft zoals ik, zou je kunnen denken: is dat zo nieuw? Been there, done that, toch?’

Je bedoelt dat je nooit iets anders hebt gekend dan Zwarte Zondagen?

‘Ja, maar deze keer is het anders. Dat oudere mensen voor het Vlaams Blok stemden, omdat ze moeite hadden met de snelheid en de complexiteit waarmee de wereld verandert, dat kon ik nog vatten. Beangstigend vind ik vandaag de vaststelling dat veel rechtse stemmers jonge mensen zijn. Dat doet mij pijn. Zeker omdat ik zo hard inzet op jongeren, al jaren bezig ben met emancipatie, een stem geven. Ik hoor die Schild-en-Vrienden­achtige meningen ook op school, niet onderbouwd, gewoon zonder nieuwsgierigheid, het blok erop. Ze kennen de ander niet, het interesseert hen niet. De openheid is soms ver zoek. “Och, jij met je toneel, zo’n links gedoe”.’

Begint alle extremisme niet met betweterigheid?

‘Daarom ga ik ook geen enkel onderwerp uit de weg. Het gegeven van IS dat homo’s van hoge gebouwen gooide, is de aanzet geweest voor Studio Shehrazade, een voorstelling over homoseksualiteit in de Arabische en Afrikaanse wereld. Ik geef daar ook workshops over in de klassen. “Oei oei, delicaat!”, waarschuwen mensen mij. Maar dat valt keihard mee. Ik vind over het algemeen dat jongeren te vaak onderschat worden in wat ze wel of niet aankunnen. Ook in klassen met jongeren met een islamachtergrond is er perfect ruimte om over zo’n onderwerp het gesprek aan te gaan.’

Milo Rau is dat zelfs in jouw land van herkomst zelf, in Mosul, gaan doen.

‘Ja, schitterend. Het gesprek aangaan, hoe hard ook. Misschien ook omdat ik én man ben én een Arabische achtergrond heb. Jongeren komen dan kijken in de Vooruit en staan na afloop recht om te applaudisseren. Ik ben wel zeker dat er na de voorstelling nog altijd jongeren zijn die het lastig blijven hebben met dat thema, maar er is tenminste iets aangewakkerd. Alles beter dan wegkijken en censureren.’

Spieken

Botsende identiteiten, hij weet er wel wat van. ‘Mijn vader was moslim én wetenschapper. Allah en de evolutieleer? Dat ging voor hem perfect samen. Ik ben Irakees en Belg, ik was fan van Fairuz (Libanese zangeres, een van de grootste sterren in het Midden-Oosten, red.) en Michael Jackson. Ik hou vast aan de ene cultuur en ik moest mij aanpassen aan een andere. Daarbij stelde ik mij als kind al de vraag: wat is dat dan, aanpassen?’

Je kunt er tureluurs van worden, wellicht. Maar beschouwde jij het eerder als een lust dan een last?

‘In het begin was het eerder een last. Later ben ik dat hybride juist gaan omarmen. Ook in het theater. Ik danste bij Rosas, ik werkte samen met Arne Sierens. Invloeden kwamen van alle kanten.’

Je kunt dat omarmen, of net niet, het afstoten.

‘Ja, en dat baart me vandaag dus erg veel zorgen. Het verrijkt je, maar je kunt er ook op flippen. Vanwaar komt dat, vraag ik me soms af, als ik er in scholen op bots. Waarom klampen sommige allochtone jongeren én die gastjes van Schild en Vrienden zich vast aan zo’n richel van haat en afwijzing? Ik ben altijd nieuwsgierig gebleven. Dat brengt me terug bij het onderwijs. Ken je die quote van Neil deGrasse Tyson, de directeur van het Hayden Planetarium in New York? “Als kinderen spieken, moet je de school in vraag stellen”. Het betekent dat je er niet in geslaagd bent om die jongeren leergierig te maken.’

De essentie van het project dat je ‘Humanisme 2.0’ noemt, is: ‘de mens centraal stellen, cultuur, geloof of politieke overtuiging opzijzetten en van mens tot mens communiceren’. Maar lijkt net dat niet almaar onmogelijker? Zoals Hans Andreus dichtte: ‘Men kijkt zijn spiegel aan./ En hangt zich op aan winterse systemen/ of takken van geloof.’

‘Het zou niet mogen en het is ook zo makkelijk te vermijden. Iedereen heeft het over interculturaliseren. Dat je kleur op scène wil? Prima, wil ik ook. Maar je krijgt het automatisch als je van de inhoud vertrekt. Ik vraag nooit aan jongeren: zin om je eigen film te maken? Wel: wat is je verhaal? En daarna zoeken we wel een vorm.’

Dat is op individueel niveau, maar we hadden het over culturen.

‘Zo ontsluit je individuen én culturen. Dat noem ik hybridiseren. Kijk, als TG Stan Tsjechov speelt, denkt niemand aan diversiteit. Maar als er al eens een Arabisch stuk naar hier komt, rijst de vraag altijd: wie gaat dat spelen? Versta: welke allochtone acteur? Ik heb eens een stuk gezien van een Palestijnse theatermaakster met blanke Vlaamse acteurs. Piet speelde Ali en Jan Mohamed. En dat werkte. Zo zou het ook moeten. En Tsjechov zou je in Bagdad moeten gaan spelen met Ali en Mohamed. Precies door die barrière op te heffen, ga je naar de essentie, recht naar de schoonheid van de andere verhalen dan de jouwe.’

Je zei: áls er eens een Arabisch stuk naar hier komt. Het blijft niche?

‘Ja, ten onrechte. De Arabische wereld zit vol Tsjechovs, maar we kennen ze niet. Ik zei het al: er is veel erfgoed aan ons voorbijgegaan, doordat we van die wereld om politieke propagandaredenen zijn afgesneden geraakt. We zien oorlogen en woestijn, niet langer de schoonheid van die cultuur. In de jaren 50 was dat nog anders. Toen was Fairuz ook in het Westen zeer beroemd. Fairuz, dat is eigenlijk flamenco of fado met een Arabische lijn eronder. Heerlijk, dat mengen.’

Misschien moet je, zoals Rau, ook maar eens theater gaan spelen in je land van herkomst?

‘Dat zou ik erg graag doen, ja. Ik ben er nooit meer terug geweest. Van mijn kindertijd herinner ik mij de grootsheid van de stad, maar ook de sirenes die bombardementen aankondigden – al herinner ik me niet ooit bommen te hebben zien vallen. De Irak-Iranoorlog was anders dan de Golf­oorlogen, klassieker, er was een front, er werd gevochten om een stuk land. Bagdad zelf bleef toen gespaard.’

‘Mijn vader is er twee jaar geleden voor het eerst sinds zijn vertrek terug geweest. Wat hem het meest opviel, is wat ik falingsresistentie noem. Een brug mag daar al tien keer verwoest zijn, ze zullen ze nog een elfde keer opbouwen. Dat is groots. Met mensen zou het net zo moeten gaan, vind ik. Dat we ons telkens weer opbouwen, herdenken.’

Ik las ergens dat je ‘een passionele persoonlijkheid’ bent. ‘Genetisch zelfs té’. Wat bedoelde je daarmee?

‘Dat zei ik niet, maar een personage in mijn stuk Layla’s Fool. Dat gaat over geloof en wetenschap, het gevecht dat ik heb moeten leveren om die twee te verzoenen. Ik ben van mijn geloof gevallen, maar zacht. Maar dat zinnetje gaat over iemand die extreem nieuwsgierig is. Iemand wiens maag als kind zes keer moest worden leeggepompt omdat het alles naar binnen speelde. (grijnst) Niet autobiografisch, dit.’

Kun je te nieuwsgierig zijn?

(denkt even na, schiet vervolgens in de lach) ‘Nee.’