Voorbije producties

   

Zero For Conduct

Schermafbeelding 2019 11 19 om 18 04 02
zat 01 feb 2020
CC Gildhof Tielt
20:00 Tickets
vri 07 feb 2020
39 Graden Festival Breda
20:00 Tickets
din 11 feb 2020
CC 't Schaliken - Schoolvoorstelling Herentals
10:00 Tickets
din 11 feb 2020
CC 't Schaliken - Schoolvoorstelling Herentals
13:30 Tickets
maa 02 maa 2020
C-Mine - Schoolvoorstelling Genk
13:30 Tickets
vri 06 maa 2020
Bronks - Schoolvoorstelling Brussel
10:30 Tickets
vri 06 maa 2020
Bronks - Schoolvoorstelling Brussel
14:00 Tickets
maa 09 maa 2020
Theater Antigone - schoolvoorstelling Kortrijk
14:00 Tickets
din 10 maa 2020
Theater Antigone - schoolvoorstelling Kortrijk
14:00 Tickets
din 10 maa 2020
Theater Antigone Kortrijk
20:15 Tickets
zat 11 apr 2020
Festival Tweetakt Utrecht (NL)
19:00 Tickets
Everybody is a genius. But if you judge a fish by its ability to climb a tree, it will live its whole life believing that it is stupid. — Aesop Jr., An Educational Allegory, Journal of Education, 1899

De titel van deze productie is geïnspireerd op de vrolijk-anarchistische film Zéro de conduite van Jean Vigo uit 1933, waarin een groep kinderen in opstand komt tegen het strakke schoolsysteem waarin ze meedraaien.

Ondertussen maken we auto’s die zelf rijden en computers die zelf denken. We knippen en plakken met ons eigen DNA. Australië is onze achtertuin en de planeet Mars bijna een vakantiebestemming. De wereld verandert met een duizelingwekkende snelheid. Waarom zien onze klaslokalen er dan nog net zo uit als 100 jaar geleden?

Samen met 10 jongeren tussen 15 en 22 jaar stelt theatermaker Haider Al Timimi vragen bij ons onderwijssysteem. Worden ze genoeg aangesproken op wie ze zijn of willen worden? Is er plaats voor leerkrachten die buiten de lijntjes willen kleuren? Worden creativiteit en handwerk ondergewaardeerd? Met deze en vele andere vragen als uitgangspunt nemen de jonge spelers, dansers en zangers het woord over hun kijk op de wereld en hun toekomst en doen ze voorstellen over wat het onderwijs hen daarvoor zou kunnen meegeven.

Zero for conduct wordt een absurde beeldenstorm van rebelse welpen en grumpy gele hesjes, een fysieke trip van oude geesten in jonge lichamen en omgekeerd.
De spelers injecteren de passie van een voodoo-ritueel in een klaslokaal. Ze dansen hun honger naar kennis en spuwen hun drang om het beter te weten én te doen.

15+

Een co-creatie van Kloppend Hert en fABULEUS

fABULEUS is een uniek productiehuis voor dans en theater. Centraal staat de artistieke samenwerking tussen jong talent en ervaren makers. fABULEUS biedt jongeren en startende professionelen de nodige omkadering om hun talent en artisticiteit als speler, danser of maker te ontwikkelen en heeft op dat vlak ook een internationale voorbeeldfunctie. fABULEUS bereikt met zijn producties een breed publiek van alle leeftijden, met speciale aandacht voor jongeren en kinderen.
fABULEUS werkt in Leuven vanuit het Openbaar Entrepot voor de Kunsten (OPEK).


Regie

Haider Al Timimi

Assistentie Regie

Astrid Rogiers

Spel

Joanita Acheampong, Mohammed Basim, Cherine Chat, Marijke Claes, Maaike De Baerdemaeker, Marilou Dejans, Marie De Cort, Majd Hanon, Wouter Tran en Renée Vaerewijck

Dramaturgie

Bart Capelle

Bewegingsadvies

Georgina del Carmen Teunissen

Kostuum

Lotte Stek

Scenografie

Sven Roofthooft

Licht

Reynaldo Ramperssad

Productie

Kloppend Hert & fABULEUS

Coproductie

Perpodium

Met de steun van

Ufund, de stad Leuven, de stad Gent, de Vlaamse Gemeenschap en de Tax Shelter van de Belgische federale overheid

Mohammed (°Bagdad, Irak) volgt een deeltijdse opleiding voor Kapper. “Als de leerkracht in de klas komt en hij ziet jongens roepen, dan heeft hij ook reden om te stoppen. Een leerkracht die zich slecht voelt, blijft gewoon op zijn stoel zitten en zegt alleen maar: doe dit, doe dat. Goede leerkrachten blijven niet op hun stoel zitten. Die doen mee. Ik wil horen hoe ik het beter kan doen. Respecteer gewoon de leerkracht.

Joanita (°Kumasi, Ghana) studeert Humane Wetenschappen Economie. “Eerst deed ik economie-moderne talen, maar mijn Frans was te zwak waardoor ik moest veranderen. Ik vind het heel jammer dat de resultaten van één vak een hele studierichting bepalen.
Ik zou graag een echte band opbouwen met mijn leerkracht. Ze moeten niet bij mij thuis komen, maar ze mogen wel hun ervaringen delen. Dat het niet alleen over de leerstof gaat.

Wouter (°Leuven) zit in het zesde middelbaar Artistieke Opleiding. “Als ik minister van onderwijs was, zou ik minder richtingen voorzien, maar meer keuzevakken. Zo zouden bepaalde mensen de richting kunnen volgen, die ze van hun ouders moeten volgen, maar als ze bijvoorbeeld niet geïnteresseerd zijn in godsdienst kunnen ze dan in een atelier gaan werken. Ik zou er zo voor proberen te zorgen dat er niet zo’n sterke scheiding is tussen BSO, TSO en ASO. Op die manier zou je ook verschillende klassen hebben zodat je niet het hele jaar lang met dezelfde 15 mensen samenzit.

Marijke (°Turnhout) zit in de eerste Bachelor Kunstwetenschappen aan UGent. “Een positieve omgeving is erg belangrijk. Mensen blijven aanmoedigen en geen destructieve kritiek geven. Het is pas wanneer je op een lieve manier naar jezelf kan kijken en wanneer andere mensen dat ook doen, je kan groeien. Het helpt niet om te zeggen: het trekt op niks. Of: je gaat er niet geraken. Want dan ga je er ook niet geraken.”

Marilou (°Luxemburg, Luxemburg) studeerde vorig jaar af als Master in de Schilderkunst aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. “Mijn school heeft een openheid gecreëerd waarbinnen ik kon rondzwemmen en nadenken wat ik daarna wilde doen. In die 4 jaar heb ik zelf kunnen nadenken en praten met mensen over wat daarna komt. Mijn ervaring is dus heel positief, maar het hangt zeker af van wat je zelf doet met de input die je krijgt.

Renee (°Sint-Niklaas). “School is echt niets voor mij. Ik heb op zeven verschillende scholen gezeten. Zes daarvan wilden mij niet en ik wilde hen ook niet. Daarom besloot ik om het op mijn eigen manier te doen. Dat gaat mij goed af. Op school vond ik het heel lastig dat ik altijd in opdracht moest werken. Ik wil iets vertellen aan de wereld, omdat ik het zelf wil vertellen en niet omdat ik de opdracht heb gekregen. Die noodzaak moet van mij komen en die noodzaak vond ik niet op school.

Majd (°Homs, Syrie) is net begonnen aan de richting Drama-Spel aan het RITCS. “Op school wordt er altijd gezegd dat je je passie moet volgen, maar in het ASO word je op het einde van het zesde middelbaar toch in de richting van geneeskunde, ingenieur of rechten geduwd als je goede resultaten haalt. Je mag je passie volgen, zolang het maar in het kader van de verwachtingen van de school past. Maar als ik het niet graag doe – zelfs al geeft het mij stabiliteit, geld of status – dan betekent het niets.”


Foto's: Clara Hermans

"De redding zit in de ambiguïteit"

door Abbie Boutkabout

“De wereld verliest zich in haar zoektocht naar eenvoud,” zal Haider Al Timimi meermaals zeggen tijdens ons gesprek. Hij snakt naar ambiguïteit op het podium, want het leven is toch complex?

We ontmoeten elkaar op een mooie zomerdag op het terras van OPEK. Ik heb net een glimp gezien van Zero For Conduct, want we hebben afgesproken tijdens een repetitie. Het is middagpauze, hij heeft een uur de tijd. Tijdens het gesprek schuifelt hij heen en weer op zijn stoel. Soms slaat hij met zijn hand op tafel. Hij is niet nerveus, wel bevlogen. Over de staat van het onderwijs, over jongeren, over de toekomst.

Zero For Conduct is het derde deel van je onderzoeksproject Humanisme 2.0. Wat zijn je eerste, voorzichtige bevindingen? Hoe is het gesteld met de mens?

Goh… Ontdekken hoe het zit met de mens, dat is niet meteen de uitkomst die ik van het onderzoek verwacht. Iedereen heeft over de mens wel een eigen mening. Als ik die van mij hier en nu zou uitspreken, zou die wat donker klinken. (lacht)

We noemen het een onderzoek, maar het laat ons toe om theater te maken, om dingen te ontdekken. Met ons bedoel ik niet enkel wij, de makers, maar ook de toeschouwers. Zij komen kijken naar voorstellingen die eigenlijk geen antwoorden bieden. Ik heb geen antwoord op hoe het leven geleefd moet worden. Soms vind ik het meer dan genoeg om een voorstelling te maken die meerdere lagen bevat. Die complexiteit kan lelijkheid bevatten maar ook schoonheid. En zowel verschillen als gelijkenissen.

Je maakte Zero For Conduct met tien jongeren. Hoe verliep het maakproces?

Zo’n proces begint met een gesprek. We zitten samen aan tafel en proberen de hiërarchie te vergeten. Die hiërarchie is eigenlijk alleen aanwezig op het einde van het proces, omdat iemand de puntjes op de i moet zetten. In het begin probeer ik om zoveel mogelijk vertrouwen te krijgen om dingen te benoemen. Zo vinden we het vuur om samen, vanuit een noodzaak, één verhaal te vertellen.

We hebben het natuurlijk in het begin veel over onderwijs gehad, maar dat is zo’n breed thema. We spraken over het systeem, over generatieconflicten en de klimaatbeweging. Maar ook over de oneerlijkheid op de arbeidsmarkt, over racisme, en veel meer vraagstukken die hen bezighouden. Daarna werk ik vaak met opdrachten waar de jongeren over moeten nadenken. Ze moeten een concept uitwerken waarbij ze met teksten, vorm en beweging zelf de voorstelling mee maken. Als ik een voorstelling met jongeren maak, moet het materiaal zoveel mogelijk van hen komen. Daardoor weten ze heel goed wat ze spelen en waarom.

Als ik met een groep werk hou ik van collectieve beeldtaal. Niet alleen omdat ik dat mooi vind, maar ook omdat de spelers daar veel energie uit kunnen halen. Dan ontstaat er een soort van groepskracht waar ze uit kunnen putten. Door vanuit het collectieve te werken kan je de spelers die wat kwetsbaarder zijn tijdens zo’n proces empoweren. Ook toeschouwers worden opgeladen als ze een groep jongeren zien vechten voor een thema. Dat geeft kracht.

Geloof je dat theater en andere podiumkunsten de maatschappij mee kunnen vormgeven? Of werkt theater misschien net omgekeerd, als een spiegel van de samenleving?

Theater laat soms toe om het tempo naar beneden te halen. Het tempo van het leven, of van een vraag of een politiek-filosofisch standpunt. Voor mij is het meer dan genoeg als ik de boel even vertraag en dat je als toeschouwer kijkt naar een figuur op scène die je misschien gisteren op straat zomaar bent gepasseerd, maar waar je nu niet omheen kunt. Er wordt een gesprek gevoerd tussen mensen van wie we ten onrechte denken dat ze niet met mekaar kúnnen praten. Er zit zeker een waarde van micropolitiek in theater, die niet zozeer een politiek systeem moet zien te vormen maar tenminste wel een brug kan slaan tussen mensen. Tussen speler en toeschouwer. Ik zie theater dus meer als een slow motion stuk van het leven. Het is het vertragen van het leven.

In deze voorstelling neem je het onderwijssysteem op de korrel. Hoe was jouw eigen schooltijd?

Ik heb autotechniek gestudeerd. Ik heb niet het gevoel dat er in die tijd veel werd geïnvesteerd in het ontdekken van iemands capaciteiten. In grote lijnen vind ik dat nog steeds een probleem in het schoolsysteem. Er bestaat weinig marge om te ontdekken waar iemands potentieel zit. Ik wil het niet ‘talent’ noemen, dat is een veel te groot woord. Het gaat over waar iemand gelukkig van wordt.

Een voorbeeld: een PMS-medewerker vertelde mij dat ik voor leertijd moest kiezen. Toen ik wilde weten waarom, vertelde ze me dat we leven in een racistische wereld, en dat ik zo snel mogelijk handwerk moest vinden, zodat mijn toekomst dan verzekerd was. Was ze van slechte wil? Dat kan, maar ik denk het niet. Misschien sprak ze vanuit een oprechte bezorgdheid. Maar welk signaal krijg je dan als kind? Want dan besef je dat je misschien wel bekwaam bent om andere dingen te doen met je leven, maar dat je ook in een wereld leeft die jou niet zomaar aanvaardt.

Bijna 60 % van de leerlingen waarmee ik schoolliep waren jongeren met een Marokkaanse of Turkse achtergrond. De jongeren die een technische opleiding volgden, hadden ook een migratieachtergrond. De meesten zaten in een beroepsopleiding, en veel van hen zijn naar Volvo getrokken om daar aan de lopende band te werken. Sommigen van hen werken daar nu nog, al twintig jaar lang. Anderen wilden baas zijn over hun eigen leven en zijn taxichauffeur geworden. Dat zijn heel respectabele jobs, maar het doet me wel pijn dat die jongens geen ander traject hebben gekend. Er waren vrienden bij van wie ik dacht dat ze ooit minister zouden worden.

Wat mis je in het huidige schoolsysteem?

Ik vind het jammer dat in het lager en secundair onderwijs nauwelijks filosofie wordt gegeven. Of vakken die de wereld proberen te vatten en die het kritisch denken kunnen aanwakkeren. Vaak denken we dat we met zedenleer al die belangrijke vaardigheden wel meegeven. Ik heb een technische opleiding achter de rug en ik heb ook zedenleer gekregen. Als ik daar nu aan terug denk, heb ik het gevoel dat we op school eerder klaargestoomd werden om deel uit te maken van de grote kapitalist-machine. Maar waar zijn we eigenlijk mee bezig? Want wij zijn wel verantwoordelijk voor de kinderen die de toekomst gaan bepalen.

Hoe komt het dat jij een ander parcours hebt gekend dan je medeleerlingen?

Voor een deel was het puur geluk. Ik kreeg van mijn ouders ook de ruimte om te zoeken naar wat ik wilde doen. Ik begon te breakdancen op straat en ben zo in het breakdance-milieu terechtgekomen. Zo heb ik gaandeweg een prille vorm van mijn capaciteiten ontdekt. Tijdens die zoektocht kwam ik iemand tegen die iets in mij zag. Dat was Geert Opsomer. Het kan een wereld openen als iemand je vertelt dat je ergens goed in bent. Zijn geloof in mij plantte een zaadje. Ik kon mijn potentieel verder ontwikkelen. Daar heb ik me in vastgebeten en ik liet niet meer los.

Met Geert zette ik Transfocollect op, een jongerenwerking die op dezelfde manier werkt. Transfocollect is geen echte vooropleiding, maar je doorloopt wel een parcours. Als jongeren hun artistiek traject niet via een school willen volgen, dan moet dat toch kunnen? Ik heb ook geen acteeropleiding gekregen. Ik heb er misschien langer over gedaan dan anderen, maar net daarom heb ik ook een andere signatuur. Mijn manier van denken helpt me om een andere inhoud te creëren. Ik geloof heel sterk in alternatieve scholing, die parallel loopt met een reguliere opleiding. Maar ik geloof ook dat die reguliere opleiding hervormd moeten worden.

Je werkt al jaren met jongeren. Hoe is hun kijk op de wereld door de jaren heen veranderd?

Mijn geloof in de jongeren is heel groot. Ook al wordt de wereld die hen vormt steeds harder en rechtser. Het raakte me diep dat er zoveel jongeren voor rechtse partijen stemmen. Ik denk dat dit ook aan onderwijs te wijten is. We hebben te weinig weet van mekaar. We communiceren niet genoeg en we hebben te weinig liefde voor culturen. We zijn niet meer nieuwsgierig. Dat kan je volgens mij alleen maar aanwakkeren door ook gelijkenissen tussen mensen op te zoeken, en door de schoonheid van verschillen bewust op te zoeken. Maar we bevinden ons vandaag in een zieke angstcultuur.

Heeft dat ook niet te maken met de steeds complexer wordende wereld?

Ja, tegenwoordig willen we dat alles simpel is. Het moet blank of zwart zijn. Links of rechts, man of vrouw. Dat rigide denken moeten we doorbreken. We moeten geloven dat de redding in de ambiguïteit zit. Als je je wil vastklampen aan een beperkte identiteit en daardoor veel andere aspecten buitensluit, dan krijg je heel gevaarlijke individuen. Maar als we ervan uitgaan dat elk individu en elke identiteit een enorme, brede waaier is die zich ver kan uitstrekken, dan gaan die waaiers mekaar op den duur raken. Dan zien we misschien wel meer gelijkenissen in elkaars verhaal.

Dus ik ben hoopvol, want het zijn ook diezelfde jongeren die net dat schoolsysteem trotseren. Ze gebruiken hun stem om over klimaat te praten en hebben de wilskracht om massaal op straat te komen. Onze jonge geesten leven in een zeer turbulente maar belangrijke tijd, we moeten hen dus ondersteunen.

Je had het daarnet over geluk hebben. Ik hoor soms mensen zeggen dat geluk niets te maken heeft met hun succes, en dat ze ‘er’ geraakt zijn door keihard te werken. Wat vind jij?

Dat vind ik eerlijk gezegd verschrikkelijk. Ook dat is een zeer kapitalistische manier van denken. Als je hard genoeg werkt, kan je alles bereiken. Dan is het ook altijd enkel de schuld van het individu als die faalt. Dat moet je maar eens gaan vertellen tegen een jongere in Kabul. Of tegen een jongere wiens ouders een zeer fascistische kijk hebben op de wereld. Flauwekul. Als je faalt op school wordt dat ook vaak als argument gebruikt. Wel, misschien betekent het soms dat de leerkracht zijn best niet heeft gedaan om de capaciteiten van de leerling te zien. Dan heeft de school gefaald. Daar moeten we over durven nadenken.

Je hebt een Iraakse achtergrond. In hoeverre ben je in je werk bezig met je identiteit? Is je achtergrond überhaupt bepalend voor wat je doet?

Ik ben theatermaker. En theatermakers zijn op zoek naar verhalen, naar thema’s. Nu, als je uit Irak komt heb je al een brede waaier als het gaat over oorlog en identiteit. Maar aan de andere kant beschik ik over een enorme waaier aan schoonheid die ik heb meegekregen. Arabische muziek, cinema, literatuur en poëzie… In het begin was het als jonge kerel moeilijk om met die identiteit aan de slag te gaan. Veel mensen kenden al die Arabische kunst niet. Er bleef dus niet veel over. Veel mensen associeerden mijn Iraakse identiteit met woestijnen, hitte, snorren en oorlog.

Maar naarmate ik ouder werd, besefte ik dat ik ook over een Belgische identiteit beschik, naast die enorme culturele identiteit van de Arabische wereld. Ik begon in te zien wat een verrijking dat eigenlijk was. Ik was een hybride versie geworden van die verschillende identiteiten, van die werelden die op het eerste zicht weinig met elkaar te maken hebben. Ik begon te spelen met de muziek van Fayrouz, de legendarische Libanese zangeres. Wat als ik er een hip hop beat onder zou zetten? Want ook dat is een deel van mij. Of wat als ik Fayrouz laat zingen, afgewisseld met Jacques Brel? En plots werd die waaier zo breed.

Ik lees in mission statements van allerlei organisaties de woorden “wij dragen diversiteit hoog in het vaandel”, maar ik mis vaak de duurzame uitwerking ervan. Creëert theater maken met jonge spelers misschien de toegang naar zo’n inclusief landschap?

Ik kom uit het breakdance milieu. En toen wij als jongens breakdanceten, zat heel de wereld in die zaal. Hoe weinig hadden we het toen over afkomst. Wij waren vrienden, en het maakte niets uit. Dat is vandaag nog steeds zo bij de breakdance community. Het is misschien de meest diverse community die er is. Ze willen gewoon samen dingen maken, samen mooie kunst creëren. Dáár moeten we naar streven, naar de kracht van dat gezamenlijke verhaal.

Haider Al Timimi en de band tussen fABULEUS en Kloppend Hert

Haider Al Timimi arriveerde als 6-jarige vanuit Bagdad in Gent, een onbekend land waarvan hij de taal niet sprak. Zijn vader wilde in België doctoreren als landbouwingenieur en nadien terugkeren naar Irak. Maar de Golfoorlog maakte dat land geen veilige plek voor een jong gezin. Als kind al wilde Haider jazz- of soulzanger worden, maar hij studeerde automechanica en is nog altijd in staat om je auto te repareren waar je bij staat. Ook is hij een begenadigde tegellegger en marmersnijder en slijpt hij zonder problemen elektriciteitsgoten. Tijdens zijn puberteit speelde muziek een cruciale rol en begon hij te dansen. Breakdance en hip hop gaven hem in de overgangsfase die zijn jeugd voor hem was de gelegenheid zijn geslotenheid te overwinnen en binnen te komen in een gemeenschap waarvan hij niemand kende en de taal niet begreep. Eerst danste hij op straat, later via de jongerenwerking van het Gentse gezelschap Union Suspecte waar zijn uniciteit en potentieel onmiddellijk duidelijk werden. Wat niemand voor mogelijk achtte, gebeurde. Hij keerde het technische onderwijs en zijn voorbestemde rol om als arbeider in een fabriek te werken de rug toe en zong en danste mee in Cesena, de voorstelling waarmee Anne Teresa De Keersmaeker in 2011 hoge ogen gooide in Avignon. Later stroomde Haider door naar de vaste kern van Union Suspecte. Toen dat collectief ophield te bestaan, richtte hij in 2013 het gezelschap Kloppend Hert op dat in 2017 structurele erkenning kreeg.

Deze ervaringen en ambities wil hij graag als een rolmodel delen met jonge mensen die ook hun weg zoeken in het leven. Zo is hij als gastdocent verbonden aan Kunsthumaniora Brussel en Luca School of Arts en initieert hij workshops met jongeren met diverse achtergrond voor De Brakke Grond, KVS, Les Halles De Schaerbeek … Vanuit Kloppend Hert maakte hij met Roma-jongeren de voorstelling Bite the hand that feeds you. Hij lag aan de oorsprong van TransfoCollect (met Geert Opsomer) en EXIT the comfortzone (met BRONKS), twee initiatieven om jongeren van achtergestelde sociale groepen en een andere culturele achtergrond in het culturele veld te betrekken. Vanuit die ervaringen vloeide de noodzaak om een jongerenwerking uit te bouwen binnen zijn eigen gezelschap Kloppend Hert. Jong Gewei zet in op een groep jongeren die vanuit hun culturele of sociale achtergrond niet in aanraking komen met kunst en begeleidt ze 5 jaar lang. Er zijn mogelijkheden om hen te laten doorstromen in professionele producties en samen te werken met kunstscholen. De vorm- en theatertaal van Kloppend Hert vertrekt niet vanuit verschillen, maar verenigt tradities met populaire cultuur. Een nieuwe maatschappelijke inbedding is geboren. De jongeren van nu zijn de volwassenen van de toekomst. Future is now.

Voorbij

woe 06 nov
OPEK Leuven
don 07 nov
OPEK Leuven
vri 08 nov
OPEK Leuven
zat 09 nov
OPEK Leuven
din 19 nov
De Studio Antwerpen
woe 20 nov
De Studio Antwerpen
din 26 nov
CC Westrand - Schoolvoorstelling Dilbeek
vri 29 nov
Vooruit - Schoolvoorstelling Gent
vri 29 nov
Vooruit Gent
zat 30 nov
Vooruit Gent